Legaljuridisch naslagwerk
Dataverordening

Artikel 18Naleving van verzoeken om gegevens

02023R2854-20231222 · NL

18.1Een gegevenshouder die een verzoek ontvangt om gegevens beschikbaar te stellen uit hoofde van dit hoofdstuk, stelt de gegevens onverwijld ter beschikking van de verzoekende overheidsinstantie, de Commissie, de Europese Centrale Bank of een orgaan van de Unie, rekening houdend met de benodigde technische, organisatorische en juridische maatregelen.
18.2Onverminderd specifieke behoeften in verband met de beschikbaarheid van gegevens zoals omschreven in het Unie- of nationale recht, kan een gegevenshouder het verzoek afwijzen of verzoeken om wijziging van een verzoek om gegevens beschikbaar te stellen uit hoofde van dit hoofdstuk, onverwijld en in elk geval binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om de gegevens die noodzakelijk zijn om te reageren op een algemene noodsituatie en onverwijld en in elk geval binnen 30 werkdagen na ontvangst van een dergelijk verzoek in andere gevallen van uitzonderlijke noodzaak, om de volgende redenen:
18.2.ade gegevenshouder heeft geen controle over de gevraagde gegevens;
18.2.ber is eerder een soortgelijk verzoek met hetzelfde doel ingediend door een andere overheidsinstantie, de Commissie, de Europese Centrale Bank of een orgaan van de Unie, en de gegevenshouder is niet in kennis gesteld van de wissing van de gegevens overeenkomstig artikel 19, lid 1, punt c);
18.2.chet verzoek voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 17, leden 1 en 2.
18.3Indien de gegevenshouder besluit het verzoek af te wijzen of te verzoeken het te wijzigen overeenkomstig lid 2, punt b), vermeldt hij de identiteit van de overheidsinstantie of de Commissie, de Europese Centrale Bank of het orgaan van de Unie waardoor eerder een verzoek met hetzelfde doel is ingediend.
18.4Indien de gegevens persoonsgegevens bevatten, anonimiseert de gegevenshouder de gegevens naar behoren, tenzij er persoonsgegevens moeten worden verstrekt om het verzoek om gegevens van een overheidsinstantie, de Commissie, de Europese Centrale Bank of een orgaan van de Unie in te willigen. In dergelijke gevallen pseudonimiseert de gegevenshouder de gegevens.
18.5Indien de overheidsinstantie, de Commissie, de Europese Centrale Bank of het orgaan van de Unie de weigering van een gegevenshouder om de gevraagde gegevens te verstrekken wenst aan te vechten, of indien de gegevenshouder het verzoek wenst aan te vechten en de zaak niet kan worden opgelost door een gepaste wijziging van het verzoek, wordt de zaak voorgelegd aan de op grond van artikel 37 aangewezen bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de gegevenshouder is gevestigd.