40.1De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties voor inbreuken op deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
40.2De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 12 september 2025 van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee. De Commissie houdt een gemakkelijk toegankelijk openbaar register van die maatregelen bij en actualiseert dit regelmatig.
40.3De lidstaten houden rekening met de aanbevelingen van het Europees Comité voor gegevensinnovatie en de volgende niet-uitputtende criteria voor het opleggen van sancties voor inbreuken op deze verordening:
40.3.ade aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
40.3.bdoor de inbreukmakende partij ondernomen actie om de schade als gevolg van de inbreuk te beperken of te herstellen;
40.3.ceerdere inbreuken van de inbreukmakende partij;
40.3.dde door de inbreukmakende partij verkregen financiële voordelen of vermeden verliezen als gevolg van de inbreuk, voor zover deze voordelen of verliezen op betrouwbare wijze kunnen worden vastgesteld;
40.3.eandere verzwarende of verzachtende factoren die van toepassing zijn op de omstandigheden van de zaak;
40.3.fde jaaromzet van de inbreukmakende partij in het voorgaande boekjaar in de Unie.
40.4Voor inbreuken op de verplichtingen in de hoofdstukken II, III en V van deze verordening kunnen de voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 verantwoordelijke toezichthoudende autoriteiten binnen hun bevoegdheidssfeer administratieve geldboetes opleggen overeenkomstig artikel 83 van Verordening (EU) 2016/679, welke kunnen oplopen tot het in artikel 83, lid 5, van die verordening bedoelde bedrag.
40.5Voor inbreuken op de verplichtingen in hoofdstuk V van deze verordening kan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming binnen zijn bevoegdheidssfeer administratieve geldboetes opleggen overeenkomstig artikel 66 van Verordening (EU) 2018/1725, die kunnen oplopen tot het in artikel 66, lid 3, van die verordening bedoelde bedrag.