27.1Derden, daaronder begrepen zakelijke gebruikers, concurrenten of eindgebruikers van de kernplatformdiensten die op grond van artikel 3, lid 9, in het aanwijzingsbesluit zijn genoemd, alsook hun vertegenwoordigers, kunnen de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat die de in artikel 1, lid 6, bedoelde regels handhaaft, of de Commissie rechtstreeks, in kennis stellen van praktijken of gedragingen van poortwachters die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.
27.2De nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat die de in artikel 1, lid 6, bedoelde regels handhaaft en de Commissie hebben een volledige discretionaire bevoegdheid voor de keuze van passende maatregelen en zijn niet verplicht de ontvangen informatie in hun overwegingen mee te nemen.
27.3Indien de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat die de in artikel 1, lid 6, bedoelde regels handhaaft, zich baserend op de op grond van lid 1 van dit artikel ontvangen informatie, vaststelt dat het mogelijkerwijs een geval van niet-naleving van deze verordening betreft, geeft zij die informatie door aan de Commissie.