← Digitalemarktenverordening
Artikel 33 — Verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van sancties
02022R1925-20221012 · NL
33.1De bevoegdheid van de Commissie tot tenuitvoerlegging van op grond van de artikelen 30 en 31 genomen besluiten verjaart na vijf jaar.
33.2De verjaringstermijn gaat in op de dag waarop het besluit niet meer kan worden aangevochten.
33.3De verjaring ter zake van de tenuitvoerlegging wordt gestuit:
33.3.adoor de kennisgeving van een besluit waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd of waarbij een daartoe strekkend verzoek wordt afgewezen, of
33.3.bdoor elke handeling van de Commissie of van een lidstaat op verzoek van de Commissie tot inning van de geldboete of de dwangsom.
33.4Na iedere stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen.
33.5De verjaring voor de tenuitvoerlegging van sancties wordt geschorst:
33.5.azolang een betalingstermijn is toegestaan, of
33.5.bzolang de tenuitvoerlegging op grond van een beslissing van het Hof van Justitie of op grond van een beslissing van een nationale rechterlijke instantie is geschorst.