Legaljuridisch naslagwerk
Digitalemarktenverordening

Artikel 41Verzoek om een marktonderzoek

02022R1925-20221012 · NL

41.1Drie of meer lidstaten kunnen de Commissie verzoeken een marktonderzoek te openen op grond van artikel 17, omdat zij van mening zijn dat er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat een onderneming als poortwachter moet worden aangewezen.
41.2Een of meer lidstaten kunnen de Commissie verzoeken een marktonderzoek te openen op grond van artikel 18, omdat zij van mening zijn dat er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat een poortwachter systematisch inbreuk heeft gemaakt op een of meer van de in de artikelen 5, 6 en 7 vastgelegde verplichtingen en zijn poortwachterspositie met betrekking tot de vereisten uit hoofde van artikel 3, lid 1, heeft gehandhaafd, versterkt of uitgebreid.
41.3Drie of meer lidstaten kunnen de Commissie verzoeken een marktonderzoek te verrichten op grond van artikel 19, omdat zij van mening zijn dat er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat:
41.3.aeen of meer diensten in de digitale sector moeten worden toegevoegd aan de lijst van kernplatformdiensten als bedoeld in artikel 2, punt 2), of
41.3.been of meer praktijken niet doeltreffend worden aangepakt door deze verordening, en de betwistbaarheid van kernplatformdiensten kunnen beperken of mogelijkerwijs oneerlijk zijn.
41.4De lidstaten leggen bewijsstukken over ter ondersteuning van hun verzoeken op grond van de leden 1, 2 en 3. Voor verzoeken op grond van lid 3 kunnen de bewijsstukken informatie omvatten over nieuwe aanbiedingen van producten, diensten, software of kenmerken die aanleiding geven tot bezorgdheid met betrekking tot betwistbaarheid of eerlijkheid, ongeacht of die worden gedaan in het kader van bestaande kernplatformdiensten of anderszins.
41.5Binnen vier maanden na ontvangst van een verzoek op grond van dit artikel onderzoekt de Commissie of er redelijke gronden zijn om een marktonderzoek te openen op grond van lid 1, lid 2 of lid 3. De Commissie maakt de resultaten van haar beoordeling bekend.