Legaljuridisch naslagwerk
DORA

Artikel 1Onderwerp

02022R2554-20221227 · NL

1.1Om een hoog gemeenschappelijk niveau van digitale operationele weerbaarheid te bereiken, worden in deze verordening uniforme vereisten vastgesteld met betrekking tot de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen ter ondersteuning van bedrijfsprocessen van financiële entiteiten, te weten:
1.1.avereisten die van toepassing zijn op financiële entiteiten met betrekking tot:
1.1.a.ihet risicobeheer op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT);
1.1.a.iide melding van ernstige ICT-gerelateerde incidenten en, op vrijwillige basis, van significante cyberdreigingen aan de bevoegde autoriteiten;
1.1.a.iiide melding van ernstige betalingsgerelateerde operationele of beveiligingsincidenten aan de bevoegde autoriteiten door de financiële entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten a) tot en met d);
1.1.a.ivhet testen van de digitale operationele weerbaarheid;
1.1.a.vde uitwisseling van informatie en inlichtingen met betrekking tot cyberdreigingen en -kwetsbaarheden;
1.1.a.vimaatregelen voor het goede beheer van het ICT-risico van derde aanbieders;
1.1.bvereisten met betrekking tot de contractuele overeenkomsten tussen derde aanbieders van ICT-diensten en financiële entiteiten;
1.1.cregels voor de vaststelling en het beheren van het oversightkader voor kritieke derde aanbieders van ICT-diensten bij het verlenen van diensten aan financiële entiteiten;
1.1.dregels inzake samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en regels inzake toezicht en handhaving door bevoegde autoriteiten met betrekking tot alle aangelegenheden die onder deze verordening vallen.
1.2Met betrekking tot de financiële entiteiten die overeenkomstig de nationale voorschriften tot omzetting van artikel 3 van Richtlijn (EU) 2022/2555 als essentiële of belangrijke entiteiten zijn aangewezen, wordt deze verordening voor de toepassing van artikel 4 van die richtlijn beschouwd als een sectorspecifieke rechtshandeling van de Unie.
1.3Deze verordening laat de verantwoordelijkheid van de lidstaten inzake essentiële staatsfuncties op het gebied van de openbare veiligheid, defensie en nationale veiligheid overeenkomstig het Unierecht onverlet.