← DORA
Artikel 47 — Samenwerking met structuren en autoriteiten die zijn opgericht bij Richtlijn (EU) 2022/2555
02022R2554-20221227 · NL
47.1Om de samenwerking te bevorderen en uitwisselingen tussen de krachtens deze verordening aangewezen bevoegde autoriteiten en de bij artikel 14 van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep mogelijk te maken, kunnen de ETA’s en de bevoegde autoriteiten deelnemen aan de activiteiten van de samenwerkingsgroep voor aangelegenheden die hun toezicht op de financiële entiteiten betreffen. De ETA’s en de bevoegde autoriteiten kunnen verzoeken te worden uitgenodigd om deel te nemen aan de activiteiten van de samenwerkingsgroep voor aangelegenheden met betrekking tot de essentiële of belangrijke entiteiten die onder Richtlijn (EU) 2022/2555 vallen en die overeenkomstig artikel 31 van deze verordening ook zijn aangewezen als kritieke derde aanbieders van ICT-diensten.
47.2In voorkomend geval kunnen de bevoegde autoriteiten de centrale contactpunten en de CSIRT’s die zijn aangewezen of ingesteld overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555 raadplegen en informatie met hen uitwisselen.
47.3In voorkomend geval kunnen de bevoegde autoriteiten alle relevante technische adviezen en bijstand inwinnen bij de overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555 aangewezen of ingestelde bevoegde autoriteiten, en kunnen zij samenwerkingsregelingen treffen voor een effectieve coördinatie van een snelle respons.
47.4In de in lid 3 van dit artikel bedoelde regelingen kunnen onder meer de procedures worden bepaald voor de coördinatie van de oversightactiviteiten met betrekking tot essentiële of belangrijke entiteiten die onder Richtlijn (EU) 2022/2555 vallen en die overeenkomstig artikel 31 van deze verordening zijn aangewezen als kritieke derde aanbieders van ICT-diensten; ook de procedures voor de uitvoering, overeenkomstig nationaal recht, van onderzoeken en inspecties ter plaatse, alsmede de procedures voor regelingen voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening en de bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen of ingesteld overeenkomstig die richtlijn, kunnen in de in lid 3 van dit artikel bedoelde regelingen worden bepaald, met inbegrip van de toegang tot door die laatste autoriteiten gevraagde informatie.