Legaljuridisch naslagwerk
Digitaledienstenverordening

Artikel 56Bevoegdheden

02022R2065-20221027 · NL

56.1De lidstaat waarin de hoofdvestiging van de aanbieder van tussenhandeldiensten is gevestigd, is exclusief bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van deze verordening, met uitzondering van de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde bevoegdheden.
56.2De Commissie is exclusief bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van afdeling 5 van hoofdstuk III vervatte verplichtingen.
56.3De Commissie is bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van die van afdeling 5 van hoofdstuk III, ten aanzien van aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines.
56.4Wanneer de Commissie geen procedure voor dezelfde inbreuk heeft ingeleid, is de lidstaat waar de hoofdvestiging van een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine zich bevindt ten aanzien van die aanbieders bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van die van afdeling 5 van hoofdstuk III.
56.5De lidstaten en de Commissie werken nauw samen bij het toezicht op en de handhaving van de bepalingen van deze verordening.
56.6Indien een aanbieder van tussenhandeldiensten geen vestiging in de Unie heeft, is de lidstaat waar zijn wettelijke vertegenwoordiger verblijft of is gevestigd dan wel de Commissie, naargelang het geval, overeenkomstig lid 1 en lid 4 van dit artikel bevoegd voor het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.
56.7Indien een aanbieder van tussenhandeldiensten geen wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 13 aanduidt, beschikken alle lidstaten en, in het geval van een aanbieder van een zeer groot onlineplatform of van een zeer grote onlinezoekmachine, de Commissie, over de bevoegdheid tot toezicht en handhaving overeenkomstig dit artikel.
56.7.al2Indien een digitaledienstencoördinator voornemens is zijn bevoegdheden uit hoofde van dit lid uit te oefenen, stelt hij alle andere digitaledienstencoördinatoren en de Commissie hiervan in kennis en zorgt hij ervoor dat de toepasselijke waarborgen waarin het Handvest voorziet, in acht worden genomen, met name om te voorkomen dat hetzelfde gedrag meer dan één keer wordt bestraft met betrekking tot de schending van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen. Indien de Commissie voornemens is haar bevoegdheden uit hoofde van dit lid uit te oefenen, stelt zij alle andere digitaledienstencoördinatoren in kennis van dat voornemen. Na de kennisgeving krachtens dit lid leiden andere lidstaten geen procedure in voor dezelfde inbreuk als die welke in de kennisgeving wordt genoemd.