59.1Bij gebreke van een mededeling binnen de in artikel 58, lid 5, vastgestelde termijn of indien de digitaledienstenraad het niet eens is met de beoordeling of de krachtens artikel 58, lid 5, genomen of overwogen maatregelen dan wel in de in artikel 60, lid 3, bedoelde gevallen, kan de digitaledienstenraad de zaak te verwijzen naar de Commissie en alle relevante informatie verstrekken. Die informatie omvat ten minste het verzoek dat of de aanbeveling die naar de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging is gestuurd, de beoordeling ervan door die digitaledienstencoördinator, de redenen van het meningsverschil en alle aanvullende informatie ter ondersteuning van de verwijzing.
59.2De Commissie beoordeelt de zaak binnen twee maanden na de verwijzing van de zaak krachtens lid 1, na raadpleging van de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging.
59.3Indien de Commissie krachtens lid 2 van dit artikel van mening is dat de beoordeling of de krachtens artikel 58, lid 5, genomen of overwogen onderzoeks- of handhavingsmaatregelen niet volstaan om de doeltreffende handhaving ervan te waarborgen of anderszins onverenigbaar zijn met deze verordening, stelt zij de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging en de digitaledienstenraad in kennis van haar standpunt en verzoekt zij de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging de zaak te herzien.
59.3.al2De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging neemt de nodige onderzoeks- of handhavingsmaatregelen om de naleving van deze verordening te waarborgen, en houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met het standpunt en het verzoek om herziening van de Commissie. De digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging stelt de Commissie en de verzoekende digitaledienstencoördinator of de digitaledienstenraad die actie heeft ondernomen krachtens artikel 58, lid 1, of lid 2, in kennis van de maatregelen die binnen twee maanden na dat verzoek om herziening zijn genomen.