Legaljuridisch naslagwerk
NIS2-richtlijn

Artikel 14Samenwerkingsgroep

02022L2555-20221227 · NL

14.1Om de strategische samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten te ondersteunen en te vergemakkelijken, alsook om het vertrouwen te vergroten, wordt een samenwerkingsgroep opgericht.
14.2De samenwerkingsgroep voert zijn taken uit op basis van de in lid 7 bedoelde tweejaarlijkse werkprogramma’s.
14.3De samenwerkingsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en Enisa. De Europese Dienst voor extern optreden neemt als waarnemer deel aan de activiteiten van de samenwerkingsgroep. De Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) en de uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2554 bevoegde autoriteiten kunnen deelnemen aan de activiteiten van de samenwerkingsgroep overeenkomstig artikel 47, lid 1, van die verordening.
14.3.al2In voorkomend geval kan de samenwerkingsgroep het Europees Parlement en vertegenwoordigers van relevante belanghebbenden uitnodigen om deel te nemen aan zijn werkzaamheden.
14.3.al3Het secretariaat wordt verzorgd door de diensten van de Commissie.
14.4De samenwerkingsgroep heeft de volgende taken:
14.4.ahet verstrekken van richtsnoeren aan de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de omzetting en uitvoering van deze richtlijn;
14.4.bhet verstrekken van richtsnoeren aan de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van het beleid inzake gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden, als bedoeld in artikel 7, lid 2, punt c);
14.4.chet uitwisselen van beste praktijken en informatie met betrekking tot de uitvoering van deze richtlijn, onder meer inzake cyberdreigingen, incidenten, kwetsbaarheden, bijna-incidenten, bewustmakingsinitiatieven, opleidingen, oefeningen en vaardigheden, capaciteitsopbouw, normen en technische specificaties, alsook inzake het als dusdanig aanmerken van essentiële en belangrijke entiteiten op grond van artikel 2, lid 2, punten b) tot en met e);
14.4.dhet uitwisselen van advies en samenwerken met de Commissie rondom opkomende beleidsinitiatieven op het gebied van cyberbeveiliging en rondom de algehele samenhang van sectorspecifieke cyberbeveiligingseisen;
14.4.ehet uitwisselen van advies en samenwerken met de Commissie rondom ontwerpen van uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen die op grond van deze richtlijn worden vastgesteld;
14.4.fhet uitwisselen van beste praktijken en informatie met de betrokken instellingen, organen en instanties van de Unie;
14.4.ghet van gedachten wisselen over de uitvoering van sectorspecifieke rechtshandelingen van de Unie die bepalingen inzake cyberbeveiliging bevatten;
14.4.hindien van toepassing, het bespreken van de verslagen van de in artikel 19, lid 9, bedoelde collegiale toetsing en het opstellen van conclusies en aanbevelingen;
14.4.ihet uitvoeren van gecoördineerde veiligheidsrisicobeoordelingen van kritieke toeleveringsketens overeenkomstig artikel 22, lid 1;
14.4.jhet bespreken van gevallen van wederzijdse bijstand, met inbegrip van ervaringen en resultaten van grensoverschrijdende gezamenlijke toezichtsacties als bedoeld in artikel 37;
14.4.kop verzoek van een of meer betrokken lidstaten, het bespreken van specifieke verzoeken om wederzijdse bijstand als bedoeld in artikel 37;
14.4.lhet verstrekken van strategische richtsnoeren over specifieke opkomende kwesties aan het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe;
14.4.mhet van gedachten wisselen over het beleid inzake de follow-up die wordt gegeven aan grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crises, op basis van de uit het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe getrokken lessen;
14.4.nhet bijdragen tot de cyberbeveiligingscapaciteiten in de hele Unie door de uitwisseling van nationale ambtenaren te vergemakkelijken via een programma voor capaciteitsopbouw waarbij personeel van de bevoegde autoriteiten of van de CSIRT’s betrokken is;
14.4.ohet organiseren van regelmatige en gezamenlijke bijeenkomsten met relevante particuliere belanghebbenden uit de hele Unie om de activiteiten van de samenwerkingsgroep te bespreken en input te verzamelen over nieuwe beleidsuitdagingen;
14.4.phet bespreken van de werkzaamheden in verband met cyberbeveiligingsoefeningen, met inbegrip van het werk van Enisa;
14.4.qhet vaststellen van de methodologie en organisatorische aspecten van de in artikel 19, lid 1, bedoelde collegiale toetsingen, alsook het vastleggen van de zelfevaluatiemethode voor lidstaten overeenkomstig artikel 19, lid 5, met bijstand van de Commissie en Enisa, en, in samenwerking met de Commissie en Enisa, het ontwikkelen van gedragscodes ter onderbouwing van de werkmethoden van aangewezen cyberbeveiligingsdeskundigen overeenkomstig artikel 19, lid 6;
14.4.rhet opstellen van verslagen over de ervaringen die zijn opgedaan op strategisch niveau en bij collegiale toetsingen, met het oog op de in artikel 40 bedoelde evaluatie;
14.4.shet regelmatig beoordelen van de stand van zaken met betrekking tot cyberdreigingen of -incidenten, zoals gijzelsoftware.
14.4.al2De samenwerkingsgroep dient de in de eerste alinea, punt r), bedoelde verslagen in bij de Commissie, het Europees Parlement en de Raad.
14.5De lidstaten zorgen ervoor dat hun vertegenwoordigers op doeltreffende, efficiënte en veilige wijze samenwerken binnen de samenwerkingsgroep.
14.6De samenwerkingsgroep kan het CSIRT-netwerk verzoeken om een technisch verslag over geselecteerde onderwerpen.
14.7Uiterlijk op 1 februari 2024, en vervolgens om de twee jaar, stelt de samenwerkingsgroep een werkprogramma op over te nemen maatregelen ter uitvoering van zijn doelstellingen en taken.
14.8De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de voor de werking van de samenwerkingsgroep noodzakelijke procedurele regelingen.
14.8.al2Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
14.8.al3De Commissie wisselt advies uit en werkt samen met de samenwerkingsgroep rond de in de eerste en tweede alinea van dit artikel bedoelde ontwerpuitvoeringshandelingen, overeenkomstig lid 4, punt e).
14.9De samenwerkingsgroep komt regelmatig en in ieder geval ten minste eenmaal per jaar bijeen met de krachtens Richtlijn (EU) 2022/2557 opgerichte groep voor de weerbaarheid van kritieke entiteiten, om de strategische samenwerking en de uitwisseling van informatie te bevorderen en te vergemakkelijken.