Legaljuridisch naslagwerk
NIS2-richtlijn

Artikel 23Rapportageverplichtingen

02022L2555-20221227 · NL

23.1Elke lidstaat zorgt ervoor dat essentiële en belangrijke entiteiten elk incident dat aanzienlijke gevolgen heeft voor de verlening van hun diensten als bedoeld in lid 3 (significant incident) onverwijld meldt bij zijn CSIRT of, indien van toepassing, zijn bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 4. In voorkomend geval stellen de betrokken entiteiten de ontvangers van hun diensten onverwijld in kennis van significante incidenten die een nadelige invloed kunnen hebben op de verlening van die diensten. Elke lidstaat zorgt ervoor dat die entiteiten onder meer alle informatie rapporteren die het CSIRT of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit in staat stelt om eventuele grensoverschrijdende gevolgen van het incident te bepalen. Melding leidt niet tot blootstelling van de entiteit aan een verhoogde aansprakelijkheid.
23.1.al2Wanneer de betrokken entiteiten een significant incident overeenkomstig de eerste alinea melden bij de bevoegde autoriteit, zorgt de lidstaat ervoor dat die bevoegde autoriteit de melding na ontvangst doorstuurt naar het CSIRT.
23.1.al3In het geval van een grensoverschrijdend of sectoroverschrijdend significant incident zorgen de lidstaten ervoor dat relevante informatie die overeenkomstig lid 4 is gemeld, tijdig aan hun centrale contactpunten wordt verstrekt.
23.2Indien van toepassing zorgen de lidstaten ervoor dat essentiële en belangrijke entiteiten de ontvangers van hun diensten die mogelijkerwijs door een significante cyberdreiging worden getroffen, onverwijld meedelen welke maatregelen die ontvangers kunnen nemen in reactie op die dreiging. Indien nodig stellen de entiteiten die ontvangers ook in kennis van de significante cyberdreiging zelf.
23.3Een incident wordt als significant beschouwd als het:
23.3.aeen ernstige operationele verstoring van de diensten of financiële verliezen voor de betrokken entiteit veroorzaakt of kan veroorzaken;
23.3.bandere natuurlijke of rechtspersonen heeft getroffen of kan treffen door aanzienlijke materiële of immateriële schade te veroorzaken.
23.4De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken entiteiten, voor de in lid 1 bedoelde melding, bij het CSIRT of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit:
23.4.aonverwijld en in elk geval binnen 24 uur nadat zij kennis hebben gekregen van het significante incident, een vroegtijdige waarschuwing geven, waarin, indien van toepassing, wordt aangegeven of het significante incident vermoedelijk door een onrechtmatige of kwaadwillige handeling is veroorzaakt, dan wel grensoverschrijdende gevolgen zou kunnen hebben;
23.4.bonverwijld en in elk geval binnen 72 uur nadat zij kennis hebben gekregen van het significante incident, een incidentmelding indienen met, indien van toepassing, een update van de in punt a) bedoelde informatie, een initiële beoordeling van het significante incident, met inbegrip van de ernst en de gevolgen ervan en, indien beschikbaar, de indicatoren voor aantasting;
23.4.cop verzoek van het CSIRT of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit, een tussentijds verslag indienen over relevante updates van de situatie;
23.4.duiterlijk één maand na de indiening van het in punt b) bedoelde incidentmelding, een eindverslag indienen waarin het volgende is opgenomen:
23.4.d.ieen gedetailleerde beschrijving van het incident, met inbegrip van de ernst en de gevolgen ervan;
23.4.d.iihet soort bedreiging of de grondoorzaak die waarschijnlijk tot het incident heeft geleid;
23.4.d.iiitoegepaste en lopende risicobeperkende maatregelen;
23.4.d.ivin voorkomend geval, de grensoverschrijdende gevolgen van het incident;
23.4.eindien het incident nog aan de gang is op het moment dat het in punt d) bedoelde eindverslag wordt ingediend, zorgen de lidstaten ervoor dat de betrokken entiteiten op dat moment een voortgangsverslag indienen en binnen één maand nadat zij het incident hebben afgehandeld, een eindverslag indienen.
23.4.al2In afwijking van de eerste alinea, punt b), meldt een verlener van vertrouwensdiensten significante incidenten die gevolgen hebben voor de verlening van zijn vertrouwensdiensten onverwijld, en in elk geval binnen 24 uur nadat hij kennis heeft gekregen van het significante incident, bij het CSIRT of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit.
23.5Het CSIRT of de bevoegde autoriteit verstrekt onverwijld en zo mogelijk binnen 24 uur na ontvangst van de in lid 4, punt a) bedoelde vroegtijdige waarschuwing een antwoord aan de meldende entiteit, met inbegrip van een eerste feedback over het significante incident en, op verzoek van de entiteit, richtsnoeren of operationeel advies voor de uitvoering van mogelijke risicobeperkende maatregelen. Wanneer het CSIRT de in de lid 1 bedoelde melding niet als eerste heeft ontvangen, worden de richtsnoeren door de bevoegde autoriteit in samenwerking met het CSIRT verstrekt. Het CSIRT verleent aanvullende technische ondersteuning indien de betrokken entiteit daarom verzoekt. Wanneer wordt vermoed dat het significante incident van criminele aard is, geeft het CSIRT of de bevoegde autoriteit ook richtsnoeren voor het melden van het significante incident aan de rechtshandhavingsinstanties.
23.6In voorkomend geval, en met name wanneer het significante incident betrekking heeft op twee of meer lidstaten, stelt het CSIRT, de bevoegde autoriteit of het centrale contactpunt de andere getroffen lidstaten en Enisa onverwijld in kennis van het significante incident. Die informatie omvat het soort informatie dat overeenkomstig lid 4 is ontvangen. Daarbij beschermen het CSIRT, de bevoegde autoriteit of het centrale contactpunt, overeenkomstig het Unie of het nationale recht, de beveiligings- en commerciële belangen van de entiteit, alsmede de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie.
23.7Wanneer publieke bewustmaking nodig is om een significant incident te voorkomen of een lopend incident aan te pakken, of wanneer de bekendmaking van het significante incident anderszins in het algemeen belang is, kunnen het CSIRT van een lidstaat of, indien van toepassing, zijn bevoegde autoriteit, en in voorkomend geval de CSIRT’s of de bevoegde autoriteiten van andere betrokken lidstaten, na raadpleging van de betrokken entiteit, het publiek over het significante incident informeren of van de entiteit verlangen dat zij dit doet.
23.8Op verzoek van het CSIRT of de bevoegde autoriteit stuurt het centrale contactpunt de op grond van lid 1 ontvangen meldingen door naar de centrale contactpunten van de andere betrokken lidstaten.
23.9Het centrale contactpunt dient om de drie maanden bij Enisa een samenvattend verslag in met geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over significante incidenten, incidenten, cyberdreigingen en bijna-incidenten die overeenkomstig lid 1 van dit artikel en overeenkomstig artikel 30 zijn gemeld. Om bij te dragen tot het verstrekken van vergelijkbare informatie kan Enisa technische richtsnoeren vaststellen over de parameters van de informatie die in het samenvattend verslag moet worden opgenomen. Enisa stelt de samenwerkingsgroep en het CSIRT-netwerk om de zes maanden in kennis van zijn bevindingen over de ontvangen meldingen.
23.10De CSIRT’s of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteiten verstrekken de uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557 bevoegde autoriteiten informatie over significante incidenten, en cyberdreigingen en bijna-incidenten die overeenkomstig lid 1 van dit artikel en overeenkomstig artikel 30 zijn gemeld door entiteiten die uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557 zijn aangemerkt als kritieke entiteiten.
23.11De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het soort informatie, het format en de procedure van een op grond van lid 1 van dit artikel en op grond van artikel 30 ingediende melding en van een op grond van lid 2 van dit artikel gedane mededeling nader worden gespecificeerd.
23.11.al2Uiterlijk op 17 oktober 2024 stelt de Commissie met betrekking tot DNS-dienstverleners, registers voor topleveldomeinnamen, aanbieders van cloudcomputingdiensten, aanbieders van datacentra, aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud, aanbieders van beheerde diensten, aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten, alsook aanbieders van onlinemarktplaatsen, van onlinezoekmachines en van platforms voor socialenetwerkdiensten, uitvoeringshandelingen vast waarin nader wordt gespecificeerd in welke gevallen een incident als significant wordt beschouwd als bedoeld in lid 3. De Commissie kan dergelijke uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot andere essentiële en belangrijke entiteiten.
23.11.al3De Commissie wisselt advies uit en werkt samen met de samenwerkingsgroep rond de in de eerste en tweede alinea van dit artikel bedoelde ontwerpuitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 14, lid 4, punt e).
23.11.al4Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.