3.1Voor de toepassing van deze richtlijn worden de volgende entiteiten als essentiële entiteiten beschouwd:
3.1.aentiteiten van een in bijlage I bedoeld type die de in artikel 2, lid 1, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vastgestelde plafonds voor middelgrote ondernemingen overschrijden;
3.1.bgekwalificeerde aanbieders van vertrouwensdiensten en registers voor topleveldomeinnamen alsook DNS-dienstverleners, ongeacht hun omvang;
3.1.caanbieders van openbare elektronischecommunicatienetwerken of van openbare elektronischecommunicatiediensten die in aanmerking komen als middelgrote ondernemingen uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;
3.1.din artikel 2, lid 2, punt f), i), bedoelde overheidsinstanties;
3.1.ealle andere entiteiten van een in bijlage I of II bedoeld type die door een lidstaat aangemerkt zijn als essentiële entiteiten krachtens artikel 2, lid 2, punten b) tot en met e);
3.1.fentiteiten die aangemerkt zijn als kritieke entiteiten uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2557, zoals bedoeld in artikel 2, lid 3, van deze richtlijn;
3.1.gindien de lidstaat daartoe besluit, entiteiten die vóór 16 januari 2023 door die lidstaat aangemerkt zijn als aanbieders van essentiële diensten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1148 of het nationale recht.
3.2Voor de toepassing van deze richtlijn worden entiteiten van een in bijlage I of II bedoeld type die niet in aanmerking komen als essentiële entiteiten krachtens lid 1 van dit artikel, als belangrijke entiteiten beschouwd. Hiertoe behoren entiteiten die door lidstaten aangemerkt zijn als belangrijke entiteiten krachtens artikel 2, lid 2, punten b) tot en met e).
3.3Uiterlijk op 17 april 2025 stellen de lidstaten een lijst op van essentiële en belangrijke entiteiten en entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen. De lidstaten evalueren die lijst regelmatig, en daarna ten minste om de twee jaar, en werken deze zo nodig bij.
3.4Met het oog op het opstellen van de in lid 3 bedoelde lijst vereisen de lidstaten van de in dat lid bedoelde entiteiten dat zij ten minste de volgende informatie aan de bevoegde autoriteiten verstrekken:
3.4.ade naam van de entiteit;
3.4.bhet adres en actuele contactgegevens, waaronder e-mailadressen, IP-bereiken en telefoonnummers;
3.4.cindien van toepassing, de relevante sector en subsector als bedoeld in bijlage I of II, en
3.4.dindien van toepassing, een lijst van de lidstaten waar zij diensten verlenen die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.
3.4.al2De in lid 3 bedoelde entiteiten melden onmiddellijk elke wijziging in de bijzonderheden die zij op grond van de eerste alinea van dit lid hebben ingediend, en in elk geval binnen twee weken na de datum van de wijziging.
3.4.al3De Commissie bepaalt, met hulp van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), zonder onnodige vertraging richtsnoeren en modellen met betrekking tot de in dit lid vastgelegde verplichtingen.
3.4.al4De lidstaten kunnen nationale mechanismen instellen waarmee entiteiten zichzelf kunnen registreren.
3.5Uiterlijk op 17 april 2025 en vervolgens om de twee jaar, melden de bevoegde autoriteiten:
3.5.aaan de Commissie en de samenwerkingsgroep: het aantal essentiële en belangrijke entiteiten die op grond van lid 3 in een lijst zijn opgenomen voor elke sector en subsector als bedoeld in bijlage I of II, en
3.5.baan de Commissie: relevante informatie over het aantal essentiële en belangrijke entiteiten die op grond van artikel 2, lid 2, punten b) tot en met e), als dusdanig zijn aangemerkt, de in bijlage I of II bedoelde sector en subsector waartoe zij behoren, het type dienst dat zij verlenen, en de bepaling van artikel 2, lid 2, punten b) tot en met e), op grond waarvan zij als dusdanig zijn aangemerkt.
3.6Tot 17 april 2025 en op verzoek van de Commissie, mogen lidstaten aan de Commissie de namen melden van de essentiële en belangrijke entiteiten als bedoeld in lid 5, punt b).