55.1Elke toezichthoudende autoriteit heeft de competentie op het grondgebied van haar lidstaat de taken uit te voeren die haar overeenkomstig deze verordening zijn opgedragen en de bevoegdheden uit te oefenen die haar overeenkomstig deze verordening zijn toegekend.
55.2In het geval van verwerking door overheidsinstanties of door particuliere organen die handelen op grond van artikel 6, lid 1, onder c) of e), is de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat in kwestie competent. In dergelijke gevallen is artikel 56 niet van toepassing.
55.3Toezichthoudende autoriteiten zijn niet competent toe te zien op verwerkingen door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken.
Handhaving onder dit artikel
30-04-2026AT⇄DSB-besluit 2026-0.357.384: Rechtmatigheid van de verwerking, grensoverschrijdende klacht, bevoegdheid, plaats van de vermoedelijke inbreuk, beginselen van gegevensverwerking
DSB (AT) — besluiten via RISbesluittekst· AVG· zekerheid: citaat
origineel: DSB-besluit 2026-0.357.384: Rechtmäßigkeit der Verarbeitung, grenzüberschreitende Beschwerde, Zuständigkeit, Ort des mutmaßlichen Verstoßes, Grundsätze der Datenverarbe
art. 5art. 6art. 8art. 15art. 17art. 51art. 55art. 56art. 57art. 77art. 89
ECLI:AT:DSB:2026:2026.0.357.384 · 2026-0.357.384
citeer:ECLI:AT:DSB:2026:2026.0.357.384·permalink